Waarom heet Nuenen tijdens carnaval Dwèrsklippelgat?

Het is vrijdagavond voor het feest losbarst. Op de keukentafel staat de doos met garen, een verbogen vingerhoed en een glas lauwe koffie, terwijl de geur van een heet strijkijzer door de kamer trekt. Wie zich klaarmaakt voor carnaval Nuenen weet dat de plaatsnaam voor vijf dagen verandert in Dwèrsklippelgat. Nuenen heet tijdens carnaval Dwèrsklippelgat door een eeuwenoude spotnaam over dorpelingen die een zware kerkklokklepel overdwars door de kerkdeur probeerden te sjouwen. Pas toen een slim vogeltje met een strootje in de bek recht door de galmgaten vloog, zagen de Nuenenaren hoe het wél moest.
In Brabant heeft bijna elk dorp zijn eigen carnavalsnaam en bijbehorende folklore. Maar het verhaal van de Dwèrsklippels hoort bij de meest beeldende verhalen uit de regio. Waar komt die naam precies vandaan, hoe zit die geschiedenis in elkaar en hoe zie je die traditie vandaag terug op de jassen en praalwagens?
De legende van de kerkklok en het eigenwijze vogeltje
Het verhaal speelt zich eeuwen geleden af rond de dorpskerk van Nuenen. Er was een nieuwe luidklok gegoten voor de toren, inclusief een gigantische gietijzeren klepel, in het plaatselijke dialect een klippel genoemd. Een flinke groep sterke mannen werd opgetrommeld om dit gevaarte naar binnen te dragen.
Vol goede moed pakten de mannen de klepel beet, met vier man links en vier man rechts. Ze liepen recht op de kerkdeur af, maar hielden het gevaarte overdwars vast. 'Dwèrs', zoals we dat in Brabant zeggen. Het logische gevolg laat zich raden: bonk. De klepel stootte keihard tegen de twee deurposten tegelijk. De mannen zetten nog eens aan, bogen de knieën, duwden harder, maar de klippel gaf geen krimp. De deurposten bleven even breed en de klepel bleef even lang.
Terwijl de mannen stonden te zweten, te vloeken en zich afvroegen of de kerkdeur dan maar gesloopt moest worden, keek een van de omstanders omhoog naar de toren. Daar vloog een klein vogeltje met een lang strootje in zijn snavel recht door een van de smalle galmgaten naar binnen. Het beestje hield het strootje in de lengte vast, precies evenwijdig aan zijn vliegrichting. De mannen keken elkaar aan, draaiden de klepel een kwartslag en liepen zo naar binnen.
Het hele dorp had het gezien. De Nuenenaren kregen direct de spotnaam Dwèrsklippels opgeplakt, een geuzennaam die tijdens het carnavalsfeest met trots wordt gedragen.
Brabantse spotnamen: van Knotwilgendam tot 't Schraansersrijk
Nuenen is zeker niet de enige plaats waar een historische spotnaam de basis vormt voor het carnavalsfeest. In heel Noord-Brabant gaven buurdorpen elkaar vroeger namen om elkaars eigenaardigheden op de hak te nemen.
Kijk maar naar de kaart van onze provincie:
- In Vlijmen vieren ze feest in Knotwilgendam, vernoemd naar het typische landschap vol knotwilgen langs de dijken.
- In Terheijden heet het Schraansersrijk, waar de inwoners bekendstonden om hun stevige trek en flinke schranspartijen.
- Oudenbosch verandert in Puitenol, wat verwijst naar de kikkers (puiten) in het drassige polderland.
- In Bavel spreken we van Baviaonenland, een spotnaam die al generaties lang meegaat.
In buurgemeente Eindhoven trekken ze tijdens de feestdagen naar de stad met lampegat emblemen op de borst, een directe knipoog naar de gloeilampenhistorie van Philips. In Nuenen bleef het verhaal van de klokkenklepel het centrale middelpunt. Waar het vroeger misschien een belediging was als iemand je een Dwèrsklippel noemde, is het nu een eretitel die verbindt.
Een goeie carnavalsjas vertelt precies waar je vandaan komt, maar vooral hoeveel seizoenen je al samen hebt overleefd.
Wat zie je van het verhaal terug tijdens carnaval in Nuenen?
Wie op carnavalszondag langs de optocht in Nuenen staat, herkent het verhaal meteen. De carnavalsvereniging en de lokale bouwgroepen verwerken de symboliek van de klepel en het vogeltje op allerlei manieren in het feestgedruis:
- De carnavalswagen van de Prins: De heerser van Dwèrsklippelgat rijdt vaak op een praalwagen waarin een enorme kerkklok of een losse klepel is verwerkt.
- Het officiële verenigingsembleem: Op de vaandels, onderscheidingen en steken zie je steevast de klepel terugkomen, vaak vergezeld van het vogelmotief.
- Kiel en jas: Veel inwoners dragen een boerenkiel of een stevige jas vol met carnavalsemblemen. Een insigne met een dwarsliggende klepel mag daarop natuurlijk niet ontbreken.
- Muziek en leuzen: In lokale carnavalskrakers wordt nog regelmatig gezongen over overdwars denken, tegendraads zijn en het Nuenense karakter.
Het mooie aan deze traditie is dat jong en oud het verhaal kent. Op de basisscholen in Nuenen wordt de legende van het vogeltje nog altijd verteld als de carnavalsdagen naderen.
Zelf een carnavalsjas opbouwen: stap voor stap
Sta je zelf aan de keukentafel met naald en draad? Een kiel of jas volnaaien hoort bij de voorpret, maar het kan best een geknoei zijn als je niet oplet. Een dikke spijkerstof of een stevige wollen jas vraagt om een slimme aanpak.
- Kies de juiste plek: Leg je jas plat op tafel en schik eerst al je badges los op het pand. Zorg dat je grote rugembleem of stadsembleem mooi recht in het midden ligt voordat je begint.
- Gebruik textiellijm of strijkfolie als hulpmiddel: Strijk het embleem eerst licht vast of zet het vast met textiellijm. Dit zorgt ervoor dat het lapje niet verschuift tijdens het naaien.
- Kies sterk garen: Gebruik stevig polyester naaigaren. Gewoon dun katoenen naaigaren knapt gegarandeerd als je jas nat wordt van bier of regen.
- Zet een paar stevige steekjes: Naai met een festonsteek of een simpele stiksteek langs de geborduurde rand. Zorg dat je naald door de buitenste bies van de patch prikt, daar zit de meeste stevigheid.
Bekijk onze collectie alle carnavalsemblemen als je nog zoekt naar nieuwe toevoegingen voor je jas. Zorg dat je op tijd begint, want de avond voor de sleuteloverdracht wil je niet meer met een prikkende vingerhoed vechten tegen dikke denim.
Het juiste embleem kiezen voor jouw outfit
Of je nu meeloopt in de optocht van Dwèrsklippelgat of een biertje drinkt in een van de omliggende dorpen, een carnavalsjas is pas af met de juiste dorpssymbolen. Let bij het uitzoeken van patches goed op de afwerking van de randen. Een omgeslagen festonrand rafelt minder snel dan een lasergesneden rand, wat handig is als je jas tegen een stootje moet kunnen in een volle kroeg. Heb je vragen over hoe je verschillende stoffen combineert? Kijk dan even bij onze veelgestelde vragen voor praktische tips over bevestiging en onderhoud.
Veelgestelde vragen
Waar komt het woord Dwèrsklippel vandaan? Het woord is een samenvoeging van 'dwèrs' (dwars of tegendraads) en 'klippel' (de klepel van een kerkklok). Het verwijst naar de Nuenense legende waarin dorpelingen de klepel overdwars door de kerkdeur probeerden te sjouwen.
Welke rol speelt het vogeltje in de carnavalsnaam van Nuenen? Het vogeltje wees de Nuenenaren de weg. Terwijl de mannen worstelden met de dwarsliggende klepel, zagen ze een vogel met een strootje in de lengte door het galmgat vliegen, waardoor ze begrepen dat ze de klepel moesten kantelen.
Kan ik een embleem het beste strijken of vastnaaien op mijn jas? Strijken is ideaal om het embleem op zijn plek te houden, maar vastnaaien blijft noodzakelijk voor carnaval. Door regen, kou en beweging in drukke feesttenten laat de strijklijm na verloop van tijd los als je geen steken gebruikt.
Lees ook
Compleet de carnaval in met emblemen
Opstrijkbare emblemen voor Oeteldonk, Kruikenstad, Kielegat en Lampegat. Voor 22:00 besteld = dezelfde dag verwerkt.
Bekijk alle emblemen